Posts tonen met het label Kerst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kerst. Alle posts tonen

maandag 29 december 2014

Mince pies

Hoi daar! Groetjes vanuit het (ijs!)koude Engeland! We zijn heerlijk een paar dagen bij onze vader in York, waar we sinterkerstennieuw hebben gevierd. Engeland is prachtig in deze tijd van het jaar: iedereen is in kerststemming, overal op straat staan verlichte kerstbomen, kerstversiering overal. En niet te vergeten; al het kersteten! Roast ham en turkey, jacket potatoes, chutneys en heerlijke zoetigheden zoals Christmas pudding, trifles en mince pies! De laatste willen we graag met je delen. Mince pies zijn kleine taartjes van shortcrustdeeg (knapperig kruimeldeeg) met een heerlijke fruitige vulling van rozijnen, noten en ander gedroogd fruit met winterse kruiden. Het taartje wordt vaak gegeten rond de kersttijd en is een echte Britse klassieker. Mince meat zelf kan je overigens bij speciaalzaken kopen, of bij de filialen van Marcs&Spencer in Amsterdam en Den Haag.


BENODIGDHEDEN
Voor ongeveer 20 mince pies

- 375 gram bloem
- 260 gram roomboter
- 125 gram kristalsuiker
- Een pot mince meat (ongeveer 600 gram)


Verwarm allereerst de oven voor op 180 graden. Snijd hierna de koude roomboter in kleine blokjes. Voeg de boter en bloem in een kom bij elkaar tot het een kruimeldeeg wordt. Voeg hier nu de suiker en het ei bij. Kneed het deeg tot het bij elkaar komt, maar doe dit niet te lang, want dan wordt het deeg minder knapperig. Pak het deeg in in wat aluminiumfolie en plaats het in de koelkast om even op te stijven, voor ongeveer tien minuutjes. Haal na de tien minuten het deeg weer uit de oven. Rol het uit op een met bloem bestoven aanrecht of snijplank. Steek rondjes uit het deeg, groot genoeg om een bakje te vormen. Wij gebruikten hiervoor een drinkglas.


Om de mince pies te maken gebruik je een muffinvorm. Vul de vormpjes met het uitgesneden deeg nadat je deze met wat boter of olie hebt ingevet. Hierna vul je de vormpjes met het mince meat. Je kan de mince meat zelf maken maar het is een stuk makkelijker wanneer je het in een potje koopt. Je hebt in Engeland ontzettend veel soorten, in Nederland wat minder. Je kunt altijd nog je eigen draai aan geven door wat limoen-, citroen-, mandarijnenschil of sap toe te voegen. 

De taartjes hebben meestal een vormpje van deeg bovenop. Vaak is dit een sterretje, wij vonden het wel leuk om wat andere kerstige vormpjes bovenop de taartjes te doen. Je kan de taartjes ook geheel afdekken met deeg, wat je zelf het leukst vindt. Plaats de vorm met de taartjes in het midden van je oven. Na twintig minuten in de oven zullen ze goudbruin van kleur zijn, en kunnen ze uit de oven. En klaar ben je! Geniet van de laatste dagen van 2014, en tot volgend jaar!

woensdag 24 december 2014

Kerstkoekjes

Het is bijna kerst! Vandaag hebben we een heerlijk recept voor Linzerkoekjes voor je, een van de bekendste en meest traditionele kerstkoekjes van Oostenrijk. Je ziet deze koekjes vaak in verschillende vormen: soms zijn het twee koekjes op elkaar met jam en vanillecrème ertussen, soms zit er alleen jam tussen, en soms zijn ze zoals wij ze vandaag maken, namelijk een éénlaags met jam in de uitsparing. Naast het feit dat ze er lekker kerstig uitzien, smaken ze ook nog eens hartstikke lekker. Je zou ze eigenlijk alleen al moeten bakken omdat je huis er zo lekker van gaat ruiken.



BENODIGDHEDEN
Voor de koekjes:
- 225 gram boter
- 140 gram suiker
- 1 ei
- 2 theelepels vanille extract/pasta
- 280 gram bloem
- Zout

Voor de vulling:
- Kneepje citroensap
- Rode vruchtenjam (wij gebruikten kersenjam, maar alle soorten zijn in principe bruikbaar)


Verwarm allereerst je oven voor op 180 graden. Zorg ervoor dat de oven niet op de heteluchtstand staat. Pak vervolgens een grote kom, voeg hier de bloem, suiker en een mespuntje zout in en mix ze door elkaar. Snijd de koude roomboter in blokjes. Kneed de boter door het droge bloemsuikerzout-mengsel, dit kan je gewoon met je handen doen. Als dit de consistentie van kruimels krijgt, voeg je er het ei bij, tot het een soepel, samenhangend deeg vormt. Laat het deeg nu even rusten in de koelkast voor ongeveer twintig minuten. Hierdoor krijg je brossere koekjes die beter hun vorm behouden.


Ondertussen kan je de jam door een zeefje halen zodat alle pitjes en vruchtjes eruit zijn. Leng de gezeefde jam een beetje aan met wat citroensap, zodat hij makkelijker schenkt. Haal nu het deeg uit de koelkast en rol het deeg uit tot ongeveer een centimeter dikte. Steek je vormpje uit en maak een gat in het midden van het koekje, dit kan met een mes, of met een ander met een kleiner vormpje, zoals wij hebben gedaan. 


Beleg een bakplaat met wat bakpapier, en leg hier de koekjes op. Vul de uitsparingen in de koekjes met wat jam. Bak de koekjes nu in ongeveer twintig minuutjes (tot ze goudbruin zijn), en je koekjes zijn klaar! Stop de koekjes in een leuk mandje/bakje/schaaltje en geef ze eens in plaats van een kerststukje of een bos bloemen wanneer je bij familie of vrienden kerst gaat vieren. Je kan ze natuurlijk ook gewoon zelf opeten, wij geven je groot gelijk.



donderdag 19 december 2013

Panettone

Wanneer je het gelukt hebt dat iemand je uitnodigt voor een kerstdiner - en je dus niet zelf hoeft te stressen in de keuken, is het altijd leuk om iets mee te nemen als bedankje. En om nou weer met een flesje wijn of een bos bloemen aan te komen... Waarom doe je het dit jaar niet zoals de Italianen het al sinds jaar en dag doen: met een panettone. 

Een panettone is een kerstbrood vol rozijnen, veel drank (altijd belangrijk) en citrusfruit. Het heeft een luchtige structuur en een zoete smaak, waardoor het eigenlijk meer weg heeft van cake. Het smaakt heerlijk bij een kop koffie bij het ontbijt, of met een glaasje limoncello/pedro ximenez sherry/andere alcoholische versnapering als kerstdessert. Super veelzijdig dus!



Even een kort geschiedenislesje: 
De panettone komt van oorsprong uit Milaan en ontstond in de 15e eeuw. Daar stond dit brood voor het eerst op tafel bij Ludovico Sforza de Moor. In 1495 nodigde Ludovico met kerst een aantal gasten uit voor een banket op zijn kasteel. Met het banket vierde Ludovico het besluit van keizer Massimiliano, waarin de keizer hertog Ludovico nieuwe macht toekende. Als dessert serveerde chef Antonio Toni zijn 'panis quidam acinis uvae confectus' (rozijnenbrood). Deze creatie viel bij de zo goed in de smaak bij de hertog dat hij Toni verzocht het recept aan alle bakkers in Milaan te verlenen. Het nieuwe brood droeg de naam van de maker: 'pane di Toni', dat vandaag de dag beter bekend is als panettone.


BENODIGDHEDEN:
- Een eetlepel gist
- 225 ml handwarm water
- Vier eetlepels suiker
- Twee eieren
- 125 ml magere yoghurt
- Een vanillestokje (of vanillesuiker)
- Een kaneelstokje
- Kaneelpoeder en nootmuskaat
- Een handvol rozijnen
- Schil van 1 citroen en 1 sinaasappel
- Een flinke scheut Marsala wijn (te koop bij de slijter)
- Een snufje zout
- 450 gr bloem

Goed, dit is een hele waslijst aan ingrediënten maar geloof me op m'n woord als ik zeg dat het echt simpel is om te maken. Begin met het weken van de rozijnen en de citrusschillen: zet een pannetje op het vuur en verwarm hierin de Marsala, een kaneelstokje, en eventueel een schep suiker om het zoeter te maken. Was de citroen en de sinaasappel en wrijf de schil mooi op. Haal met een dunschiller de schil van de vruchten af (let wel op dat je het witte gedeelte niet mee raspt, dit is erg bitter). Kook de schillen in de Marsala voor een minuut. Hierna kan de pan van het vuur, en kunnen de rozijnen er bij. Laat dit een uur staan zodat de Marsala goed in de rozijnen kan trekken.


Mix in een grote kom de gist met het warme water en de vier scheppen suiker. Dek dit af met een doek of folie en laat het tien minuten staan. Hierna kunnen de eieren, de yoghurt, de vanille (of vanillesuiker) en een snufje zout toegevoegd worden. Weeg de bloem af, en zeef het om klontjes te voorkomen. Hierna kan je het beetje bij beetje bij het gistmengsel voegen, en goed mixen. Voeg eventueel naar behoefte meer bloem toe dan in het recept staat, tot er een zacht en kneedbaar deeg ontstaat. Dek het deeg af met een theedoek en laat het een uur rijzen op een warme plek (naast/op de verwarming bijvoorbeeld).


Kan je ondertussen mooi gaan knutselen. Niet schrikken: dit hoeft niet per se, maar wanneer je het brood cadeau doet is dit wel een hele leuke manier om het te presenteren. En zo moeilijk is het niet. Je pakt een stuk bakpapier en knipt dit op ongeveer 2 centimeter hoger dan de rand van de bakvorm. Mocht je bakpapier korter zijn dan de bakvorm dan kan je twee stroken knippen en deze met nietjes aan elkaar vast maken. Knip eventueel een leuk randje aan het bakpapier. Golfjes, karteltjes, net wat je zelf leuk vindt. Vet hierna de ovenschaal in met olijfolie en 'plak' de strook bakpapier er tegenaan tot deze goed blijft zitten. Vergeet ook de bodem niet extra goed in te vetten zodat je brood niet vast komt te zitten. Bestrooi eventueel ook nog met bloem na het invetten om extra zeker te zijn.
Laat nu de rozijnen uitlekken in een vergiet en vis de citrusschilletjes er uit. De schillen heel fijn snijden en bij de uitgelekte rozijnen voegen. Voeg hier ook naar smaak nog wat kaneelpoeder en wat nootmuskaat bij. Ondertussen kan het rozijnmengsel bij het deeg gevoegd worden. Mix het deeg nog even, voor een minuut of 10. Hierna kan je het in de ingevette bakvorm gieten en het nogmaals met een theedoek afdekken en nog een half uurtje laten rijzen (het deeg kan over de rand van de vorm heen rijzen).



Het duurt even, maar dan heb je ook wat. Schenk ondertussen maar een glaasje Marsala voor jezelf in, en verwarm de oven voor op 170 graden. Na het half uur rijzen kan het brood de oven in, voor ongeveer een uur. Na een half uur bakken kan je het brood voor de mooiigheid nog bestrijken met een ei en bestrooien met suiker. Het brood is klaar wanneer het een goudbruine kleur heeft en een vleespen schoon uit het midden verwijderd kan worden.

Buon appetito!