vrijdag 31 oktober 2014

Pumpkin spice koekjes

Oké, die regen- en hoosbuien zijn iets minder fijn, maar wij vinden de herfst echt een heerlijke tijd van het jaar. De bladeren vallen van de bomen (oké, ook wel eens op het spoor waardoor we uren vertraging hebben...), de kaarsjes kunnen weer aan, de potten thee worden weer gevuld en de sloffen kunnen weer om de voeten. En we kunnen de keuken weer in om allerlei herfstige gerechten te maken. We kregen enige tijd geleden van familie een aantal pompoenen en eigen tuin, en naast een volle pan soep wilden we er ook graag wat zoets mee maken. Pumpkin spice koekjes it is!


BENODIGDHEDEN

125 gram boter 
195 gram kristalsuiker
Een ei
250 gram bloem
Twee theelepels bakpoeder
Vanille (-essence, -stokje of -suiker) 
75 gram havermoutvlokken
Twee eetlepels speculaaskruiden
Handje gedroogde cranberries
150 gram geraspte pompoen

Verwarm allereerst alvast je oven voor op 200 graden. Snijd vervolgens de pompoen door midden, verwijder de pitten en de schil, en rasp hem tot je ongeveer 150 gram hebt. Pak vervolgens een kom, en roer hierin de boter (laat deze eerst even op kamertemperatuur komen zodat hij makkelijker te mengen is), suiker en vanille door. Wanneer dit een romig mengsel is, voeg je het ei, de bloem, het bakpoeder en de speculaaskruiden toe. Roer dit tot een samenhangend deeg. Voeg als laatst de havermoutvlokken (houd een klein beetje apart ter garnering), de pompoenrasp en de cranberries toe.



Vorm vervolgens (met behulp van bijvoorbeeld een ijsschep) gelijke bolletjes deeg op een ingevette bakplaat. Druk de bolletjes deeg een beetje plat en garneer ze eventueel nog met wat havervlokken. Zorg dat er genoeg ruimte tussen de bolletjes deeg zit, omdat de koekjes aardig uitlopen wanneer ze afgebakken zijn. Plaats nu de bakplaat met de soon-to-be koekjes nog even in de koelkast. Wanneer het deeg koud de oven in gaat, worden je koekjes uiteindelijk veel knapperiger!


Plaats de plaat in het midden van je voorverwarmde oven, en bak ze voor ongeveer twintig minuten tot ze goudbruin zijn. En klaar ben je; samen met een pot thee, een warm kleedje en een goede film moeten dit de perfecte ingrediënten voor een herfstavond zijn!







maandag 13 oktober 2014

Driedubbele pavlova met rood fruit

Vandaag is een felicitatie aan alle toetjesliefhebbers wel op z'n plaats: het is namelijk National Dessert Day! Alle zoete-dingen-na-(en voor, en tussen)-de-maaltijd zijn vandaag meer dan geoorloofd! Om deze prachtige, heugdelijke dag te vieren, maken we vandaag voor jullie een driedubbel gelaagde pavlova met rood fruit. Pavlova komt van oorsprong uit Australië, maar het schijnt dat het zoete dessert is vernoemd naar een Russische ballerina, Anna Pavlova. Dit is verder niet erg relevant, het is voornamelijk gewoon ontzettend lekker. En het oogt nog best gezond ook, met al dat fruit.


BENODIGDHEDEN
- 6 eiwitten
- 300 gram suiker
- Snufje zout
- 125 milliliter slagroom (+ een eetlepel suiker om deze te zoeten)
- Een bakje frambozen, blauwe bessen, bramen, aardbeien etc.

Voor je begint met het stijf kloppen van de eiwitten is het het handigst om de binnenkant van de mengkom met een stukje keukenrol, gedrenkt in citroensap of azijn, af te nemen. Dit doe je om de kom vetvrij te maken. Vet zorgt er namelijk voor dat het eiwit niet stijf wordt, en dan is je pavlova ver te zoeken. Verwarm hierna de oven alvast voor op 100 graden.


Scheid de eiwitten van de het eigeel. Doe dit heel voorzichtig, of splits de eieren één voor één in een apart kommetje zodat je, wanneer het fout gaat, niet gelijk al je eieren weg kan gooien. Een beetje eigeel bij het wit kan er al voor zorgen dat je eiwitten niet stijf geklopt kunnen worden. Voeg een klein snufje zout bij de eiwitten voordat je ze gaat mixen.

Klop de eiwitten nu stijf met een handmixer, tot je de bak kan omdraaien, boven je hoofd kan houden, en het niet uit de kom (en op je hoofd) valt. Voeg vervolgens in drie delen de suiker bij de eiwitten. Als je als in één keer in de kom doet, heb je kans dat het eiwit inzakt. Mix nu gestaag door tot de suiker is opgelost in het eiwit. Dit kan je het beste testen door wat van het mengsel tussen je vingers te wrijven. Als je geen suikerkorrels meer voelt ben je klaar!


Teken (als je heel netjes en precies wilt zijn) een cirkel op je bakpapier. Wij hebben een springvorm met een doorsnede van 20 cm gepakt en omgetrokken met een pen. Draai wel even je bakpapier om, anders krijg je een potloodlijntje op je pavlova. Wij hebben er voor gekozen om drie lagen pavlova te maken, maar je kan ook één grote maken, of twee middelmaatjes.


Bak nu je pavlova's af voor 3 uur of tot de onderkant van de merengue (het gebakken eiwit) hard is en je er op kan tikken en het hol klinkt. Laat de ronde schuimtaarten afkoelen. Ondertussen kan je de slagroom gaan kloppen. Dit gaat samen met het fruit tussen de schuimtaartlagen in. Om het wat zoeter te maken voeg je een eetlepel suiker toe aan de slagroom voordat je gaat mixen. Prak ook een handjevol rood fruit (ik nam deze keer alleen frambozen) met een vork fijn en voeg dit tijdens het mixen toe aan de slagroom. Ik had er ook nog wat merg van een vanillestokje doorheen gedaan, maar dit is allemaal geheel naar eigen smaak te doen. Wanneer de slagroom de gewenste consistentie (= niet tot boter geslagen maar ook niet vloeibaar meer) heeft, is hij klaar. 

Tijd om de taart in elkaar te gaan zetten! Het is heel simpel: eerst een laag schuimgebak, dan een flinke klodder slagroom, een handje vol rood fruit erop, dan weer een laag schuimgebak - and so on. Garneer met de rest van het rode fruit en een genereuze hoeveelheid honing. Een gegarandeerd succes!





zondag 28 september 2014

Hemelse modder van Morris

Oké, de naam van dit dessert doet je niet gelijk watertanden. Toen Morris dit de eerste keer voor me maakte, was ik gelijk verkocht. Geef me dit elke dag!





BENODIGDHEDEN 
(voor 4 tot 6 personen)

- Drie eieren
- 150 gram melkchocolade
- 150 gram pure chocolade
- Twee eetlepels suiker
- 500 ml slagroom





Om te beginnen, zetten we een pannetje water op het gas, welke zal fungeren als au-bain-marie. Plaats er een schaaltje of kleiner pannetje bovenop en smelt hierin de chocolade. We hebben verschillende verhoudingen geprobeerd trouwens, maar half-om-half met pure en melkchocolade is toch echt het lekkerst.


Zet de chocolade hierna even apart, of zet het vuur uit en laat de chocolade nog even op de au-bain-marie staan. Ondertussen scheid je de eieren. Doe dit heel secuur: er mag geen eigeel in het eiwit terecht komen. Wanneer dit wel gebeurt, krijg je de eiwitten niet meer stijf geklopt. Dit is namelijk wat we hierna gaan doen: met een handmixer of keukenmachine de eiwitten met de suiker opkloppen tot ze stijf zijn en je de mengkom letterlijk boven je hoofd kan houden zonder dat je hele hoofd onder de smurrie zit!


Laat de eiwitten even apart staan, en klop nu met de handmixer het eigeel op tot deze lichter en schuimig zijn. Doe dit in een aparte kom. Pak nu (wederom, sorry) een nieuwe mengkom en klop hierin de slagroom stijf. Het hoeft niet opgeklopt te worden tot boter, gewoon romig is voldoende.



Hierna gaan we de hemelse modder samenstellen: meng de chocolade beetje voor beetje bij het eigeel. Doe dit met een spatel zodat de meeste lucht in het mengsel achterblijft. Doe dit rustig, omdat de chocolade warm is en het eigeel koud. Je voelt hem aankomen; dat gaat snel schiften, en dat willen we voorkomen. Wanneer dit proces goed verlopen is, meng je met de spatel wederom beetje bij beetje het opgeklopte eiwit bij het chocolademengsel tot het geheel is opgenomen en je geen stukjes eiwit meer ziet. Als het eiwit erbij zit, kan je de slagroom toevoegen. Wederom niet roeren maar scheppen, zodat het een luchtige mousse wordt. 

Je kan de mousse serveren in de kom of in een schaal, maar je kan het ook in glazen of bakjes gieten en laten opstijven. Dit duurt ongeveer vier uur, maar dan heb je ook wel écht een heel lekker toetje!





zondag 21 september 2014

Risotto met venkel en citroen

Telkens als ik over de Albert Cuypmarkt slenter en bij mijn favoriete groente/fruitkraam aankom, staar ik naar de krat met venkels. Een prachtig stuk groente, maar wat kan je er mee? Vandaag maak ik een risotto met venkel en citroen. Even een hartig recept tussen alle zoetigheid door.



BENODIGDHEDEN (voor 2 personen)

- 140 gram risottorijst (arborio / carnaroli)
- Een venkelknol (of een halve wanneer het een grote is)
- Een witte ui, fijngehakt
- 2 tenen knoflook
- Een flinke scheut witte wijn
- 600 milliliter groentebouillon
- De schil van 1 citroen
- Geraspte Parmezaanse kaas
- Eetlepel creme fraiche
- Fijngehakt venkelloof
- Theelepel gedroogde / verse tijm
- Peper, zout

Snijd het loof (de zachte groene takjes) van de venkelknol en houd dit apart voor later. Hak de knol door midden en snijd in blokjes of in julienne (reepjes). Snijd ook de ui en de knoflook fijn.

Verhit een flinke scheut olijfolie in een pan. Bak de venkel, de knoflook en de ui ongeveer vijf minuten al omscheppend. Zet het vuur niet te hoog; de risotto blijft zachter van smaak wanneer je de ui, de knoflook en de venkel zacht aanfruit in plaats van bakt en kleurt. Voeg hierna de risottorijst toe. Roer de rijst goed door de ui en de venkel, en zorg dat elke korrel met olijfolie 'gecoat' is. Bak de rijst voor ongeveer twee minuten mee. Giet hierna een scheut witte wijn over de rijst, en wacht tot de wijn volledig verdampt is. (Schenk trouwens gelijk maar een glas voor jezelf in, een kookwijntje is hier best wel op z'n plaats..)




Breng intussen 600 milliliter water aan de kook en los het bouillonblokje hierin op (verse, eigengemaakte bouillon zou nog lekkerder zijn, maar dat heb je nou eenmaal niet altijd in huis). Giet de bouillon bij de rijst tot deze net onder water staat. Laat de rijst onder af en toe roeren zacht koken tot de bouillon bijna verdampt is. Giet er vervolgens steeds scheutjes bouillon bij en kook de rijst net zolang tot hij beetgaar (al dente) is. Dit duurt meestal rond de 25 minuten, maar dit kan verschillen per rijstsoort. Wanneer je niet genoeg bouillon hebt, kan je ook wat extra water toevoegen.

Wanneer de risotto lekker aan het pruttelen is, kan je de schil van de citroen alvast raspen. Doe dit met een fijne rasp; grove stukken citroenschil zijn alles behalve lekker. Snijd ook het loof van de venkel fijn en voeg dit toe aan de risotto. Wanneer de risottorijst al dente is, voeg je een hand geraspte Parmezaanse kaas en een klein lepeltje crème fraiche toe. Dit maakt de risotto smeuïg en romig. Creme fraiche geeft de risotto extra frisheid naast de citroen. Voeg peper en zout toe naar smaak, en klaar is Kees!



Serveer je risotto in een diep bord en maak het af met wat fijngehakt venkelloof, een scheutje olijfolie en eventueel wat geraspte Parmezaanse kaas. Smullen!

PS: Voor de vlees/visliefhebbers; je kan dit gerecht afmaken met wat stukken gegrilde kip- of kalkoenfilet of een stukje witvis. Maar op een Meatfree Monday (of Tuesday, Wednesday etc.) biedt deze vega-variant een heerlijk alternatief.