zaterdag 11 februari 2017

Eat & Read: Kaaskoekjes van Biesheuvel

‘Weet je wat de lekkerste lucht is die ik ken? Dat zijn uitjes die nog maar net aangebakken zijn. Dan loopt het water me al uit de mond. Wat ook heel lekker is zijn gebakken champignons en dan een tournedos overgoten met een madeirasaus en daarbij spruiten en Canadese bessen, van die vossenbessen, van die rode zurige bessen. Heel lekker is ook de lucht van stukjes spek die aangebakken worden. Maar het liefste, zo vlak voor het slapen gaan, eet ik een gekruide karper die je eerst vierentwintig uur in de melk hebt laten zwemmen, anders zit er een grondsmaak aan. Een karper zo van het spit die je in zijn eigen vet hebt laten smoren en dan moet je daarbij champagne drinken en af en toe een krokant kaaskoekje nemen...’, zo zat hij nog een tijd te spreken en hij wreef zich daarbij verlekkerd over de maag.

In het verhaal ‘Smulpapen’ van Maarten Biesheuvel wordt veel én lekker gegeten. Een pastoor vertelt zeer aanstekelijk over zijn favoriete gerechten, en wanneer hij hier eenmaal over begint... Met dank aan Biesheuvel, onbetwist Nederlands grootste korte verhalen schrijver, maken we vandaag (en de keuze was reuze) kaaskoekjes. Optioneel te eten bij een glas champagne en een gesmoorde karper on the side.


BENODIGDHEDEN
(voor ongeveer 15 kaaskoekjes)

150 gram bloem
75 gram geraspte parmezaanse kaas
100 gram zachte gezouten roomboter
1 eidooier (+ extra ei voor bestrijken)
Peper
Zout
Gedroogde groene kruiden (naar keuze)


Breng de boter op kamertemperatuur en verwarm de oven op 180 graden. Vervolgens voeg je de bloem, parmezaanse kaas en het ei samen met de boter en kneed tot een kruimelig deeg. Voeg naar smaak peper, zout en gedroogde kruiden toe en plaats het deeg een half uur in de koelkast. 



Rol het deeg uit tot 1,5 centimeter en druk de gewenste vorm van je koekjes uit. Smeer de koekjes af met geklutst ei en eventueel nog wat flinters parmezaanse kaas.Vet de ovenplaat in (of beleg met bakpapier) en bak de koekjes af in ongeveer twintig minuten, tot ze mooi goudbruin zijn. Laat de koekjes goed afkoelen alvorens je ze van de bakplaat haalt (ze zijn nogal kruimelig).

Enjoy!


maandag 20 juni 2016

Nieuw! ‘Eat & Read’

We hebben tijdens onze leescarrière al heel wat maaltijden voor de kiezen gekregen. De rituele, zo men wil symbolische rol van eten en drinken in de literatuur willen we graag uitlichten in onze nieuwe rubriek Eat & Read. Hier delen we recepten uit bekende en onbekende literatuur, uit Nederland maar ook daarbuiten. Lees en eet met ons mee!


zaterdag 23 mei 2015

Flammkuchen


Oké, ik moet toegeven dat ik de afgelopen tijd een flinke verslaving heb ontwikkeld voor de diepvriesflammkuchen van nader te noemen pizzamerk. Romige crème fraiche, zoete uien én bacon op een krokante dunne pizzabodem, wat wil een mens nog meer. Toch leek het me veel lekkerder om zelf eens flammkuchen te maken, en dit recept is absoluut heerlijk én onwijs makkelijk om te maken! Qua topping hebben we het traditioneel gehouden, maar je kan er natuurlijk op doen wat je zelf wil. Groene asperges en krokante parmaham bijvoorbeeld... Oh, zo zou je gelijk weer gaan bakken. 




BENODIGDHEDEN 
(voor 1 grote of 2 kleine flammkuchen)

Deeg
300 gram bloem
7 gram gist
150 milliliter water
Snufje zout
Snufje peper
Eetlepel olijfolie

Topping
Een bekertje crème fraiche 
Een ui, gesneden in dunne ringen
Gerookte spekjes
Theelepel gedroogde tijm
Peper en zout

Zeef eerst de bloem in een grote mengkom, en voeg vervolgens de gist en wat zout en peper toe. Hussel dit wat door elkaar, en schenk er vervolgens langzaamaan lauwwarm water bij. Ondertussen goed mengen, en op het einde wat olijfolie bijvoegen om een soepel deeg te krijgen. Wanneer het deeg een samenhangend geheel is, plaats het dan terug in de mengkom (deze eerst even met een klein beetje olie invetten om te voorkomen dat het deeg vastplakt). Dek de kom af met een vochtige theedoek en laat het deeg een uur rijzen op kamertemperatuur.

Als het uur voorbij is, zal je zien dat het deeg haast verdubbeld is. Kneed het deeg een paar keer stevig door, en rol het op een bebloemd werkblad zo dun mogelijk uit. Hoe dunner je bodem, hoe knapperiger je flammkuchen zal worden.

Meng in een klein bakje de crème fraiche met flink peper en een snufje zout. De spekjes hadden wij alvast licht aangebakken in de pan met wat tijm, maar je kan ze ook rauw op de bodem doen en in de oven garen. Begin met een flinke laag crème fraiche op de uitgerolde deegbodem (tot 1 centimeter van de rand ongeveer) en verdeel hierna de uien er op. Hierna kunnen de spekjes erop, en naar eigen smaak wat gedroogde tijm. Bak de pizza af op een ingevette bakplaat. Na ongeveer 20 minuutjes (in een oven van 200 graden) is je flammkuchen klaar! Heerlijk voor een uitgebreide lunch of als diner met een grote groene salade erbij.





woensdag 25 maart 2015

Spekkoek

Morris is verslaafd aan spekkoek. Bij elke toko waar we langslopen loopt meneer wel even naar binnen voor een stukje. Hij vindt ook dat een toko geen toko is zonder goede spekkoek. En daar sluiten we ons dan ook volmondig bij aan. Een tijdje geleden kwam hij op het idee om zélf spekkoek te gaan maken. Onze grote vriend Rudolf (ja, die van 24Kitchen) heeft een geniaal recept. En wij gebruikten daarvoor onze eigen speculaaskruiden.


BENODIGDHEDEN
Voor de spekkoek
- Acht eiwitten
- 250 gram poedersuiker
- 250 gram boter
- Tien eidooiers
- 125 gram bloem
-  Een vanillestokje
- Twee eetlepels (zelfgemaakte!) speculaaskruiden
- Theelepel extra kardemom

Voor de speculaaskruiden (een voorraadje!)
- Acht theelepels gemalen kaneel 
- Twee theelepels gemalen kruidnagel 
- Twee theelepels gemalen koriander
- Twee theelepels gemberpoeder
 - Een theelepel gemalen nootmuskaat
 - Een halve theelepel gemalen kardemom
- Een theelepel gemalen foelie


Verwarm allereerst de oven voor op 160 graden. Splits de eieren, en klop de acht eiwitten in een grote kom, samen met één eetlepel poedersuiker, stijf. Wanneer je het mengsel boven je hoofd zou kunnen houden zonder dat het op je hoofd neervalt, is het goed. In een andere kom roer je vervolgens de boter (op kamertemperatuur, in kleine blokjes gesneden) met de rest van de poedersuiker glad. Meng hierna één voor één de eidooiers erdoor en meng het ongeveer tien minuten door. Spatel hierna de bloem door het botermengsel. Halveer het vanillestokje in de lengte, schaap het merg eruit en spatel door het beslag.

Hierna kan je beetje bij beetje het eiwit bij het botermengsel voegen. Doe dit idealiter met een houten spatel of lepel. Hierdoor blijft het merendeel van de lucht in het eiwitbeslag zitten. Wanneer al het eiwit volledig in het beslag is opgenomen en je geen stukjes meer ziet, is het goed. Verdeel het beslag in twee gelijke delen. In het ene bakje komt het donkere beslag, in het andere het lichte. Ondertussen kan je de kruiden en specerijen gaan mengen tot speculaaskruiden. Meng en maal alle bovenstaande specerijen door elkaar, dit moet voldoende zijn voor een paar recepten (voor speculaas, pepernoten, noem maar op). Voeg twee eetlepels toe aan het (soon to be) donkere beslag, en voeg op het eind nog een theelepel gemalen kardemom toe voor die échte spekkoeksmaak.

Vet een springvorm in en bekleed de bodem eventueel met wat bakpapier. Verdeel twee eetlepels van het lichte beslag over de bodem. Zet de springvorm op een rooster in het midden van de oven. Bak eerst voor ongeveer tien minuten, giet de volgende laag van het andere beslag erop, en bak ook deze weer voor tien minuten. Ga zo door tot het beslag op is. Bob's your uncle!

PS: Hoe verleidelijk het ook zal zijn om gelijk de halve spekkoek op te eten wanneer hij net uit de oven is, hij is écht nog lekkerder wanneer je een dagje wacht.